Gisteren was ik in de wijngaard bezig. Ik heb al ruim 2000 jonge kruidenplantjes (van twee cm hoog) gepoot, maar er komen er nog meer en ik ben momenteel de grond daarvoor aan het voorbereiden.
Er loopt een kleine asfaltweg bovenlangs de wijngaard. Er liepen twee mensen met hun jas keurig onder de arm. De ene zei tegen de andere, onder andere: ‘dat is die Nederlandse’. De zon was aan het ondergaan en stond achter hen, dus ik kon niet zien wie het waren en ook de rest van hun gesprek kon ik niet goed horen.
Vandaag kwam ik ze heel toevallig weer tegen, maar op een andere weg. ‘Gelijkvloers’ ditmaal. Keurig de winterjassen onder de arm (het is 18 graden of zo, maar wél half november, dus … je moet een winterjas mee). Ik luisterde naar een Amerikaanse podcast op de luidspreker van mijn telefoon, dus goed hoorbaar. Een van de twee jongens stopte mij verlegen en vroeg hakkelend of ik Engels sprak. Het was ontzettend schattig!
We hebben al met een een half uurtje staan praten, in het Engels. Er kwam in het begin een buurvrouw langs die stopte en vroeg ik of eindelijk twee hulpjes had gevonden … Ze is over de tachtig en altijd wel in voor een praatje, dus ze bleef lang kletsen over onder andere olijven en wolven, genietend van het onverwachtse publiek.
Nadat de buurvrouw verder was gereden ben ik gewoon in het Engels doorgegaan met de jongens. Het was zo overduidelijk dat ze heel graag wilden oefenen! Ze waren even uit het veld geslagen en probeerden in het Italiaans verder te gaan, maar ik zei dat ik aannam dat ze mij hadden aangesproken omdat ze graag Engels wilden praten en dat we dat dus gingen doen.
Ik heb mij enorm vermaakt, per slot spreek ik ook nooit Engels en al helemaal niet met twee jonge frisse en schattige mannen die de wereld willen verbeteren.



