Giovanni (dat is Italiaans voor ‘Jan’) heeft een hele grote witte hond, Ugo. We maken altijd even een praatje als we elkaar tegenkomen, Giovanni, Ugo en ik.
Een aantal jaar geleden had ik een bot van een wild zwijn in mijn hand om aan een andere hond verderop te geven. Ugo had wel interesse in dat bot, maar kreeg het niet. Sindsdien heeft hij een paar keer naar mij gehapt en blijf ik uit zijn buurt. De hond is er inmiddels gewend aan geraakt en negeert mij. Gelukkig.
Ik had net wat dingen in mijn hand toen ik terug naar huis lopend Giovanni tegenkwam. Er ging bij Ugo een belletje rinkelen blijkbaar, want hij probeerde met alle macht bij mij in de buurt te komen. Ik bleef gewoon staan, erop vertrouwende dat Giovanni harder zou trekken dan Ugo.
Giovanni zei dat hij niet begreep waarom Ugo zo op mij reageerde. Ik opperde dat het wellicht kwam omdat ik iets in mijn hand had. Nee, nee, dat was het niet!
Hij vroeg of ik misschien bang voor honden was. Nou nee, normaal gesproken ben ik dol op honden. Grote, bijtende honden, daar ben ik wel bang voor!
Beledigd keek Giovanni mij aan en zei dat zijn hond nog nooit iemand had gebeten. Ik herinnerde hem aan het bot van een aantal jaar geleden, maar hij zei dat Ugo alleen had willen spelen en mij echt niet zou bijten. Dezelfde man had mij een paar weken geleden verteld dat hij eigenlijk geopereerd moet worden, maar hij kan zijn hond nergens kwijt omdat het een probleemhond is.
Ik moest denken aan een scene uit een film van Clouseau … “Bijt uw hond?” “Nee, mijn hond bijt niet.” Clouseau aait de hond en wordt prompt gebeten. De andere man haalt zijn schouders op: “Dat is niet mijn hond”. Het is een totaal ander verhaal, maar het blijft grappig. Giovanni verzint blijkbaar van alles bij elkaar om het gedrag van zijn hond goed te praten en vervolgens herinnert hij zich niet wat hij allemaal heeft verteld. Dat is het lastige van leugentjes en verzinsels.
Hahaha! Dat stukje van Clouseau is wel heel grappig. Ugo is een stuk minder grappig. Daar zou ik ook niet veel van moeten hebben.